Rottweiler werkgroep      EMMEN e.o
 
 
 
 
  Start  
  Bestuur  
  Contact  
  Route  
  Mededeling  
  Agenda  
  Cursus  
  Inschrijfformulier  
  Uitslagen  
  Foto,s  
  Theorie  
  Historie  
  Link.  
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Speurtocht voor beginners.  

                    Dat een hond een neus heeft weten wij allemaal. Dat hij daarmee tot grote prestatie in staat is weten wij ook.
                   Om het te begrijpen wordt moeilijker. Wetenschapsmensen hebben vastgesteld, dat het aantal reukcellen die de
                    hond heeft, 40 maal zoveel is als bij ons mensen. Diezelfde wetenschappers hebben ook vastgesteld, dat hij niet
                    40 maal zo goed, maar 2 miljoen maal zo goed ruikt als een mens.

                    In de praktijk betekent dat: dat onder gunstige omstandigheden en met een gespecialiseerde hond 18 uur
                    oude sporen uitgewerkt kunnen worden. Honden en wolven in de wilde staat zijn jagers. Zij vangen prooi, kleine
                   dieren worden direct gedood. Heel vaak worden ook dieren aangepakt, die niet alleen groter en sterker, maar
                   ook veel sneller dan zij zelf. Na insluiting door de groep volgen enige snelle beten. Zo nodig laten ze het nu
                   gewonde dier wegvluchten: instinctmatig weten zij, dat het na enige uren een gemakkelijke prooi geworden is.
                   Het dier verliest bloed en wordt steeds zwakker. De honden volgen het bloedspoor en halen het dier vanzelf in. i 
                   Toch zijn er ook honden die op gezicht jagen. Het zijn de z.g. lange honden, zoals Greyhound en Barsoi.
                  Maar............dit komt alleen, omdat de mens ze op die wijze wilde gebruiken.Dus aangeleerd, lange honden
                   worden gefokt voor een andere doel, n.l. snelheid. Het verschil is nu aangetoond tussen de hond met een diepe
                   neus (aan de grond) en hoge neus (op gezicht).

                  In onze sport hebben wij alleen wat aan eerstgenoemde. Treffen wij als instructeur een hond van iemand die, zoals
                 dat heet, met een hoge neus loopt, moeten wij dat corrigeren.

                  Het is duidelijk dat de fout hier bij de baas ligt. Hij heeft nagelaten de hond van het begin (8 weken) te leren zijn
                  neus te gebruiken. Voedsel en speelgoed zijn dingen die de hond graag heeft, welnu laat hem dan ook af en toe
                  eens wat moeite doen om er aan te komen. Van tijd tot tijd eens wat verstoppen hoort tot uw taak bij de
                  opvoeding van uw hond. Het zal zijn beste orgaan alleen maar in gunstige zin ontwikkelen. Het staat immers vast ,
                  dat de hondenneus vanaf de geboorte tot aan de dood functioneert. De oude hond kan desnoods blind en doof
                  worden, maar zijn neus laat hem nooit in de steek.

                 Trouwens..........bij de geboorte is het al niet anders, honden worden blind en doof geboren, maar het neusje werkt 
                 vanaf de eerste minuut.

                 Ook al hebben honden een goede neus, neus en neus is wel twee natuurlijk. Honden met een lange neus
                 (Herdershonden) zijn natuurlijk in het voordeel. Meer reukcellen en geen vervorming zoals bij de Boxer is de logica
                 daarvan. Toch zijn er africhters die een Boxer speuren leren. Dat leert ons, dat zelfs bij vervorming de hondenneus
                  nog goed genoeg is voor het werk wat wij van hem vragen. Deskundigheid staat garant voor een goed resultaat.
                 Onkunde in deze materie verknoeit de in aanleg beste hond.

                 Voor we met het eigenlijke speuren beginnen verdiend het aanbeveling, om de wat oudere hond op aanleg te testen.

             Drie uitkomsten zijn mogelijk:

  1.        Aanleg...........................(vasthoudendheid);
  2.        Minder aanleg................(geeft gauw op);
  3.        Ongeïnteresseerd...........(fout bij de baas).

                  Hoe testen we dan: We nemen een speeltje van de hond, vragen de aandacht van de hond en gooien het speeltje
                   weg in wat lange gras. Nu houden wij de hond even vast, ongeveer een halve minuut en laten hem dan gaan met
                 het commando  ,, zoooooeeeeeeek”. De hond met aanleg blijft zoeken en vindt. Een hond met minder aanleg
                 zoekt wel maar geeft gauw op.

               Ongeïnteresseerdheid:

                 Deze hond heeft nooit geleerd dat hij een neus heeft. De baas is hier in gebreke gebleven; hij zal veel tijd en
                 geduld nodig hebben om de gemaakte fout te herstellen. De praktijk heeft mij geleerd dat een waarschuwing hier
                 op zijn plaats is. Wat we veel zien is, dat de baas de verloren gegane tijd bij zijn hond wil inhalen. Te snel
                 werken en teveel eisen in een kort tijdbestek betekent al gauw; “dwingen” tot speuren. Onthoud voor eens en
                  altijd dat zulks funest is en vergeet nooit, dat een hond waarmee laat begonnen wordt, met een juiste begeleiding
                  toch een goede speurhond
                  kan worden. Dat de hond bij zijn eerste proef ongeïnteresseerd was, is uw eigen schuld, het betekent nooit dat
                  een hond geen capaciteiten heeft.

                  Nogmaals: de test is erg belangrijk. Waarom? Wel, naar wat de hond bij de test laat zien, moeten wij onze
                   werkwijze  bepalen. Alle begin is moeilijk, maar..........als wij al verkeerd beginnen voor wat voor hond
                   dan ook, met een   methode te beginnen, die niet bij de desbetreffende hond past, dan wordt het alleen
                    maar onnodig moeilijker. De hond begrijpt het niet, de baas wordt ongeduldig, raakt zelf geïrriteerd, gaat zijn
                   eigen onkunde op de hond verhalen en ..........weer een hond verknoeid. Gelukkig is er zelfs dan nog een methode
                   die vaak wonderen doet. Het sleepspoor met vlees, toegepast bij een hongerige hond, laat altijd een
                  wonderbaarlijk resultaat zien.

            Alleen..........het is de allerlaatste mogelijkheid. Werkt u met deze methode weer fout, dan kunt u het voorgoed
             vergeten. Het mag alleen gebeuren met wekelijkse  aanwijzigingen van een ervaren instructeur, deze methode moet
             namelijk heel zorgvuldig afgebouwd worden.

           Wat is een spoor?

              Een spoor is daar, waar mens of dier zich opgehouden of gelopen heeft Iedere stap die gedaan wordt laat
               geurdeeltjes van ons lichaam en moleculen van b.v. kleding en schoeisel achter. Dit alles is voor de hond duidelijk
               waarneembaar. Buiten dat zijn er nog vele andere mogelijkheden, waarbij de hond weet dat hij een spoor volgt.
              Wat dacht u van geknakt gras en andere gewassen, die bij aanraking ieder een eigen specifieke geur hebben.
              Onder uw voeten vermorzelde insecten en aangestampte aarde zijn allemaal dingen die afwijken van het omringende,
              welnu, ook dat helpt de hondenneus bij het volgen van een spoor.

                Het uitlopen van een beginspoor.

                 Houd terdege rekening met schadelijke invloeden.. Schadelijke stoffen en dingen zijn: altijd een vlooien-band  
                dragen, vlooienspray, parfum, after shave enz.enz. Al deze voor ons, mensen, al sterk riekende stoffen zijn een
                plaag voor de hondenneus. Twee miljoen keer meer als wat wij ruiken is tenslotte niet niks. Behandel uw hond
                maar eens met een antivlooienspray (dat is heus wel eens nodig) maar let op, hij proest en hij snuift, gaat liggen
                rollen om die voor hem schadelijke lucht zo snel mogelijk kwijt te raken. U begrijpt het nu wel, alle
                genoemde stoffen worden door iedereen gebruikt, maar........wees wijs, gebruik het niet op de dag als u met
                uw hond wilt speuren. Hou vooral ook uw vrouw (of uzelf) in de gaten: mee naar het speurveld is prima,
                maar geen parfum. Eventuele monteurs onder ons, let op: ga nooit met uw bedrijfskleding en schoeisel naar
                het speurveld. Benzine en olie-lucht zijn schadelijk voor de hondenneus. Verkeerde gewoontes zijn ook
               schadelijk voor speur-prestatie’s b.v. uw hond laten rennen, zowel voor als na het speuren, is schadelijk. Het
               laten blaffen terwijl u het speur uitloopt is schadelijk. Het vermoeit al teveel en de mond gaat al gauw open om
                 extra te ventileren. Het gevolg is, dat de hond niet meer door de neus ademt en dus onvoldoende lucht van
                 het spoor opneemt.

                  Rust, rust en nog eens rust is noodzakelijk, alle opwinding moet vermeden worden. Goed speuren eist van een
                  hond concentratie en is daarom veel vermoeiender voor hem als u denkt.

                  Wat u ook nog moet weten is, dat bedrijfsauto’s afhankelijk naar wat er in vervoerd wordt, en al om genoemde
                  reden schadelijk kunnen zijn.

                  Enige tips voor het kiezen van schoenen voor het uitlopen van het spoor kan ook nuttig zijn.

                  Rubberlaarzen laten weinig lucht door, daarbij komt nog het feit dat na onderzoek is gebleken, dat ze pas na
                  18 uur dragen enig lucht doorlaten.

                   Met nieuwe laarzen een spoor uitlopen voor een beginnende hond is dus uit den boze. Van gewone schoenen 
                   kan gezegd worden, dat zij na 2 uur dragen doordrenkt zijn met onze lucht. Pas bij de gevorderde hond levert 
                   het kiezen van schoeisel geen problemen meer op. Hij is dan al zover, dat het biologische spoor, dus grond
                    beschadigingen voldoende voor hem is.

                   Maar goed, rekening houdend met alle genoemde factoren gaan we ons eerste spoor uitlopen. Men markeert het
                   begin door een stok, paaltje of een bordje in de grond te steken, met de wind in de rug. Onze hond hebben we in
                  de buurt vastgelegd, maar wel zo, dat hij zien kan wat u gaat doen. Een oude sok met daarin een lekkernij houden
                  wij hen voor en vragen zijn aandacht.

                 Aan de rechterkant van het neergezette paaltje brengen wij lucht aan door 1 minuut in de vorm van een driehoek
                  te lopen, niet groter dan 1 meter. Vervolgens gaan we vanuit de punt van de gelopen driehoek naar een van te
                   voren uitgekozen herkenningspunt. Dat punt moet natuurlijk wel in een rechte lijn staan met ons paaltje. De
                   natuurlijke vormen van het veld of weiland mogen wij geen geweld aan doen. Een op afstand staande huis,
                   schuur, struik, lichtmast, hek, boom of paal kunnen goede orientatiepunten zijn. Wij moeten met dit werk heel
                   secuur zijn. Vergissen wij ons meerdere malen, waardoor wij onterecht corrigeren, dan is dat funest voor de
                   hond wat het speuren betreft. Het vooraf bepalen van de windrichting is voor een beginnende hond ook
                   belangrijk. Zie fig. 1.

                  Altijd met de wind in de rug beginnen!!!!!!!!  Pas de gevorderde hond krijgt te maken met zijwind en nog
                  later met tegenwind. Even nadenken en men begrijpt dat tegen de wind in speuren bij een beginnende hond, het
                  met hoge neus lopen in de hand werkt. Het waait immers zo naar hem toe. Nu moeten wij nog even terug naar het
                  eerder genoemde feit, n.l. de in aanleg drie verschillende soorten honden. Het begin spoortje, zoals weergegeven,
                  is voor alle drie hetzelfde, alleen de manier waarop het wordt neergelegd is verschillend.

                  De hond met aanleg: Uitlopen in gewone pas met aan het eind de beloning (vlees).

                   De hond met minder aanleg: Uitlopen met een licht slepende pas, nooit stampen en om de 10 meter een
                   stukje vlees neerleggen.

                   Waarom slepend en nooit stampend?

                   Wel, we hebben het al gehad over prooi en hoe die prooi door in het wild levende honden gevangen wordt. Iets
                    wat zich slepend verplaatst geeft de hond duidelijk aan dat het een gemakkelijk klusje wordt. Wat we doen is:
                   zijn oerinstinct wakker maken en dat is voor hem erg aantrekkelijk.

                   Iets wat stamp, b.v. hoefdieren, geeft hem aan : gezond, sterk, groot, kans op gewond raken is groot en gewond
                   raken in het rijk der natuur betekent...............de dood. Dat is ook voor hem erg oninteressant, alleen als zij met
                   velen zijn en de nood (honger) groot is, alleen dan pakken zij zo een prooi aan. Zij vallen van veel kanten aan, de
                   een voor de schijn, de ander met een snelle beet, het karwei is geklaard, het wordt nu alleen maar volgen en
                   afwachten.

                   De laatste van de drie genoemde honden is de hond die we met de normale methodes niet tot speuren kunnen
                   bewegen. Voor hem maken wij een sleepspoor: We gaan het spoortje uitlopen met een stuk pens aan een touw
                   achter ons aanslepend. Aan het eind laten wij het als beloning achter. Het spreekt vanzelf dat de hond hongerig
                   moet zijn. Het sleepspoor mag maar één keer gebruikt worden; de hond weet nu heel goed waar het om gaat.
                   We gaan een stapje verder en hanteren methode 2, dus om de 10 meter een stukje vlees enz.

                   De rest laat zich raden: zachtjes aan minder vlees op het spoor zelf, hoger opgaan naar methode 1 met alleen een
                   beloning aan het eind.

                   Nu het nog steeds rechte spoor langer maken, van 50 naar 200 meter, maar kalm aan, neem een paar weken de
                    tijd. Wind ook nog steeds in de rug houden. Ook de tijdsduur tussen uitlopen en uitwerken uitbreiden,
                    van 10 naar 30 minuten.

                    U zult zich nu afvragen, waarom is het nu zo belangrijk dat ik de eerste tijd steeds met de wind in de rug begin.
                   Wel u krijgt nu met de volgende moeilijkheidsfactor bij het speuren te maken n.l. het spoorvast maken. U moet u
                    voorstellen dat u zover gevorderd bent, dat het uitgelopen spoor 30 minuten kan blijven liggen. Wat kan er in
                   dat half uur niet over uw spoor heengaan en het kruizen.

                    Muizen, ratten, mollen, eenden, egels, katten, hazen, konijnen noem maar op. Nogmaals, het gebeurd allemaal
                     na u, dat houdt in dat als de hond erbij komt het niet alleen verser (dus beter waarneembaar) maar ook
                     aantrekkelijker is. De beginnende hond wordt dus, zonder dat hij dat wil, afgeleid en gaat over op het versere
                    spoor. Dat mag niet, zonder pardon wordt de hond daar weg gehaald en opnieuw aangezet op ons eigen spoor.

                    En nu komt het belangrijkste: waar zetten wij de hond opnieuw op ???

                    Juist, op de plaats waar dat behoort n.l. precies op de denkbeeldige lijn die er is tussen ons paaltje en het vooraf
                    bepaalde herkenningspunt. Daarom is die wind nog steeds in de rug, de wind kan de spoor alleen maar
                    verplaatsen in lengterichting. Wordt de hond op een andere plaats opgezet als de denkbeeldige lijn, dan is daar
                   geen lucht. Door onnauwkeurigheid van de geleider faalt de hond. Gebeurt dat meerdere malen, dan bent u hard
                   op weg uw hond te verknoeien. Daarom is het van grootste belang dat secuur bent en uzelf verdiept in deze
                   moeilijke maar mooie materie. Als u het zo doet, dan kan het niet fout gaan, uw hond wordt spoorvast, wat
                   betekent dat hij de spoor waarmee hij begint ook blijft volgen. Ja op den duur zal het zelfs zo zijn, dat de haar
                   die vlak voor hem opspringt, hem heel even doet opkijken maar niet zodanig hindert dat hij opgeeft, hij maakt
                   zijn werk gewoon af. Het is de moeite waard om secuur en kritisch op uzelf te zijn, dan krijgt u het van uw hond
                    met goed werk terugbetaald.

                    Heeft de hond op deze wijze een spoor van 200 meter lang en een half uur oud een keer of 5 goed uitgewerkt,
                   dan pas zijn we toe aan een zijwind en krijgen te maken met de volgende term en dat is: geurveld.

                     Het tekeningetje (fig. 2) laat een doorgetrokken lijn zien, dat is het uitgelopen spoor. De stippellijn is de uiterste
                     speurgrens die kan ontstaan onder invloed van wind, uiteraard afhankelijk van de windsterkte en de tijdsduur
                    die er ligt tussen uitlopen en uitwerken. Het gebied tussen de twee lijnen noemen we het geurveld.  Daar tussen
                    werkt de hond zijn speur uit.

                    Let wel, zijn spoor en niet de uwe. Hier komt duidelijk uit, dat de hond op andere zintuigen vertrouwt als wij
                    mensen. Wij zoeken de weg met onze ogen, de hond met zijn neus, hij kijkt niet naar een mooie teef maar ruikt
                    de loopse teef. Nu zult u zich kunnen afvragen, wat u moet doen als de hond onder deze omstandigheden het
                     spoor bijster raakt. Waar moet ik hem nu opnieuw opzetten? Wel, u kunt aannemen dat, ondanks de inwerking
                     van de wind, op de plaats waar u gelopen heeft de meeste lucht aanwezig blijft. Is herhaald opzetten nodig, dan
                     doet u dat altijd op uw spoor. Het blijft dus bittere noodzaak, dat zolang u uw hond op eigen spoor laat speuren,
                      precies weet waar het spoor ligt. Alleen dan kunt u bepalen of de hond zijn werk goed doet en dat is nodig voor
                     later. Immers er komt een tijd dat hij op een vreemd spoor moet speuren, u moet dan blindelings op hem kunnen
                     vertrouwen. Besteed uw tijd dus goed, blijf u oriënteren op allerlei steunpunten in de omgeving. De volgende
                      moeilijkheid die zich voor kan doen is het voorwerp. Het is nu eenmaal voorschrift, dat het op u eigen
                     uitgelopen spoor moet liggen. Laten wij aannemen dat de hond er zoals aangegeven 2 meter naast loopt.
|                    De kans van het voorbij lopen zit er altijd in maar........het gebeurd bijna nooit. Bijna altijd gaan ze er schijn
                     op af. De verklaring daarvoor is, dat het voorwerp zijn geur vasthoudt. In ieder geval vele malen meer als
                     grassprietjes. We hebben nu gehad, een rechte spoor van 200 meter lang eerst met rugwind en later met zijwind.
                     We weten zeker dat de hond het goed doet; dan zijn we toe aan de eerste hoek. (fig. 3) De schets geeft aan
                     hoe gewerkt moet worden, te beginnen bij 1. Langzamerhand de hoek scherper maken; het enige wat nog
                     gezegd moet worden is: neem er weer de tijd voor.

                     Ik kan u garanderen, dat als de ene hoek er goed inzit, hij er ook zonodig zes kan uitwerken. Als u eenmaal
                     aan een haakse hoek toe bent, dan moet u weten dat een voorwerp niet kort na de hoek neergelegd mag
                     worden. Dat is om het zogenaamde afsnijden van de hoek te voorkomen. Nu is het  natuurlijk wel zo, dat als
                     er zoveel ruimte is dat men overal 5 meter bij de sloot vandaan kan blijven, dat zoveel te beter is. Men is dan
                     van veel denkwerk verlost. Maar jammer genoeg is dat niet zo vaak en wij hebben voor het speurwerk nu
                     eenmaal veel ruimte nodig. De schetsjes in fig. 3 zijn niet volledig. Zij doen vermoeden dat een hond altijd
                     haakse hoeken maakt. De beginnende geleider zal op een gegeven moment schrikken als hij b.v. een linkse
                     hoek heeft gemaakt en hij ziet de hond naar rechts gaan. Dit is een vrij veel voorkomend verschijnsel, de
                     oorzaak is de wind. Even nadenken en men begrijpt dat op de hoek dubbele lucht aanwezig is en er dan
                     ook meer verwaaiing kan plaats vinden. Bij een hoek is het dan ook een goede zaak uw speurlijn tot boven
                      uw hoofd vast te houden want............na enige passen naar rechts zal de hond op zijn schreden terugkeren
                     en moet als het ware onder zijn lijn door kunnen lopen, anders raakt hij verstrikt en het is afgelopen.

                     Het werken met de lijn bij het uitwerken van hoeken leert men pas met ervaring. Ik kan het u op papier niet
                     leren, een feit is wel, dat u ervoor moet zorgen dat de lijn hoog blijft.

                     U ziet er zijn veel factoren die invloed hebben; het verdient aanbeveling goed van de theorie op de hoogte te zijn.